De grote leugen: het sociaal imago van het Vals Belang

Op 24 september hield het Vlaams Belang zijn sociaal-economisch congres in Affligem. De communicatie spitste zich toe op de zogenaamde “sociale” voorstellen. In dit dossier analyseert Geert Cool, woordvoerder van de antifascistische campagne Blokbuster, het gepresenteerde sociaal-economische programma.

Extreemrechts doet zich sociaal voor. Het zegt op te komen voor onze pensioenen, een verhoging van het minimumloon (met slechts 5%) en een hoger nettoloon. Bij acties van het zorgpersoneel of in het onderwijs, beweerde het VB het protest te steunen. Zo maakt extreemrechts een verschil met de harde besparingszucht van N-VA, die na jaren van besturen mee verantwoordelijk is voor de enorme tekorten in de zorg, het onderwijs, het openbaar vervoer … en die met een besparingsretoriek nog meer van hetzelfde belooft. Een nadere blik op de sociaal-economische benadering van het VB toont echter hoe dit ‘sociale imago’ een grote leugen is.

Sociale beloften blijken erg beperkt en met vele addertjes onder het gras

Meer nettoloon voor wie werkt, dat is een centrale belofte van het VB. Wie kan daar tegen zijn? Meer loon is in tijden van inflatie en een indexering die achterloopt op de prijsstijgingen meer dan welkom. De vraag is echter wie die hogere lonen betaalt. Het meest logische is natuurlijk dat de werkgevers dit doen. Zij maken genoeg winst op basis van onze arbeid, de bruto winstmarges zijn wat gedaald maar blijven historisch hoog. Het VB zoekt het geld elders: bij de gemeenschap. Het doet de werkgevers een cadeau door de patronale bijdragen te verlagen, ook die aan de sociale zekerheid. Daarnaast pleit het VB voor lagere belastingen en een daling van de bedrijfsvoorheffing. Kortom: de gemeenschap en de sociale zekerheid betalen. Het VB specificeert: het kijkt naar Franstaligen en migranten. Daarbij wordt ook de overheidsschuld als iets Franstalig voorgesteld. Dat heikele thema wordt echter gauw in het ongewisse gelaten: om de banken te vriend te houden stelt het VB uiteraard niet voor om die overheidsschulden niet af te betalen… Meer nettoloon zou dus niet betaald worden door de aandeelhouders van ABInbev of de Antwerpse chemiereuzen, maar door vluchtelingen, Franstaligen, werklozen en gepensioneerden. Het is niet verwonderlijk dat ook enkele bazen heil zien in dit soort voorstellen. Het ondermijnen van de gemeenschap en de sociale zekerheid zou ervoor zorgen dat wie een hoger nettoloon heeft ook meer uitgaven moet doen voor zaken die voorheen door de gemeenschap geregeld werden.

Aan de indexering van de lonen wil het Vlaams Belang niet langer raken. Meer nog, waar extreemrechts in 2014 nog pleitte voor tijdelijke netto-indexeringen, zegt het nu voor bruto-indexeringen te zijn. Het stelt dat dit negatief is voor de loonkosten, maar ook dat hogere lonen de “druk van de ketel op de krappe Vlaamse arbeidsmarkt” halen. Dat gaat in tegen het eerder ingenomen standpunt (in 2005) dat “de stijgende trend in de loonhandicap ten opzichte van onze buurlanden dringend moet omgekeerd worden,” wat gekoppeld werd aan een pleidooi voor een “strenge toepassing” van de loonwet van 1996. Maar het vertrekpunt blijft wel hetzelfde: de belangen van de bedrijven verdedigen. Ook nu schrijft de partij uitdrukkelijk: “De loonkosten zijn momenteel niet het belangrijkste probleem van Vlaamse werkgevers, wel het vinden van geschikt personeel.” De krapte op de arbeidsmarkt en niet onze levensstandaard is voor het VB van tel. Zodra de situatie op de arbeidsmarkt wijzigt – en met de ontwikkelende recessie kan dat wel eens snel gaan – zal ook het standpunt van het VB omtrent indexatie terug veranderen. Toen de vakbonden in 2014 protesteerden tegen onder meer een indexsprong, hield het VB een actie… tegen het vakbondsprotest! De initiatiefnemer van een online petitie tegen het vakbondsprotest werd nadien door het VB naar het parlement gestuurd.

Een verhoging van de minimumlonen met 5% zou zeer welkom zijn, maar op het laagste uurloon van 11,87 euro vandaag komt dit neer op slechts 0,6 euro extra per uur. Dat ligt wel heel ver af van het uurloon dat nodig is om een deftig leven te leiden, een uurloon dat door vakbondsmilitanten op 17 euro per uur wordt geschat. In het Europees Parlement stemde het VB tegen het invoeren van een Europees minimumloon, met het argument dat het niet aan Europa toekomt om over lonen te beslissen. Ook hier lijkt het VB vooral te vertrekken van de krapte op de arbeidsmarkt en niet van onze noden.

Rond de pensioenen zegt het VB tegen de verhoogde leeftijd van 67 jaar te zijn. Eigenlijk pleit het VB voor het loslaten van een vaste pensioenleeftijd waarbij een volwaardig pensioen enkel en alleen afhankelijk wordt van een loopbaanvereiste van 66.000 uren. Die grootteorde kan verwarring zaaien, zeker als het VB eraan toevoegt: “Die 66.000 uren kunnen worden gespreid over de loopbaan. Zo kan er tijd worden vrijgemaakt voor het gezin, maar ook voor een opleiding of een trager werkritme op latere leeftijd.” Laten we het even concreet maken: 66.000 gewerkte uren komen neer op 40 jaar voltijds werken. Een voltijds werkjaar van 220 werkdagen telt 1.600 tot 1.700 werkuren. Het discriminerende karakter van die loopbaanvereiste, in het bijzonder voor vrouwen, wil het VB nu deels corrigeren met de stelling dat de zorguren binnen een deeltijds opvoedersinkomen (zie verder) als gelijkgestelde uren voor pensioenrechten erkend worden. Met een dergelijke loopbaanvereiste blijft de discriminatie echter bestaan voor al wie tijdelijk niet werkt of kan werken. Overigens wil het VB de pensioenen van ambtenaren verlagen en het wettelijk pensioenstelsel verder ondermijnen door de verplichting van een aanvullend pensioen op de private markt van pensioenfondsen en verzekeraars.

Met alle tekorten in de kinderopvang en de enorme werkdruk, is er ongetwijfeld enige steun voor het idee van een deeltijds opvoedersloon. Eén van de ouders blijft deeltijds thuis om voor de kinderen te zorgen en krijgt daarvoor een deeltijds opvoedersloon. Daarnaast pleit het VB voor een verdubbeling van het ouderschapsverlof. Klinkt goed. Maar hier ook enkele addertjes onder het gras. Het bedrag van dat deeltijds opvoedersloon – uiteraard gaat extreemrechts ervan uit dat dit de vrouw is –  wil het VB vastleggen op “een half leefloon” en het geldt enkel voor zover de kinderen jonger zijn dan zes jaar. De huidige regeling van halftijds tijdskrediet is mogelijk voor kinderen tot acht jaar en de uitkering vanaf vijf jaar anciënniteit bedraagt 348,87 euro (waar een halftijds leefloon voor samenwonenden ongeveer 400 euro bedraagt). De enige echte verbetering die het VB voorstelt, is de verdubbeling van het ouderschapsverlof. Deze voorstellen van het VB zijn niet gemotiveerd door de belangen van jonge ouders of die van kinderen. Over massale investeringen in kinderopvang en meer personeel hoor je extreemrechts niet spreken. Neen, het vertrekpunt van het VB is het dalende aantal kinderen. “Onze arbeidsmarkt is onvoldoende afgestemd op gezinnen. Het gevolg is mede daardoor dat Vlaamse vrouwen minder kinderen krijgen en het vruchtbaarheidscijfer gedaald is tot 1,43 kind per vrouw, ver beneden de vervangingsratio van 2,10. Jobs mogen niet langer in de weg staan van een kinderwens of een familiaal en sociaal-cultureel leven.” Meer Vlaamse kinderen, dat is wat het VB wil.

Dat onze belangen nooit het vertrekpunt zijn voor het Vals Belang, blijkt uiteraard ook uit het voorstel om de werkloosheidsuitkering in de tijd te beperken. Evenmin wordt iets gezegd over de noodzaak van de bouw van extra sociale huisvesting en als er gesproken wordt over investeringen in het spoor en De Lijn blijft het erg vaag en beperkt tot de infrastructuur. Over de voorwaarden van het personeel wordt gezwegen. Dat is ondergeschikt aan het belang van openbaar vervoer als betrouwbare manier om mensen naar hun werk te brengen en zo de bedrijven van dienst te zijn. Het is geen toeval dat het vooral gezien wordt als manier om de productiviteit op te voeren. Op sociale media beweert het VB het onderwijspersoneel te steunen als het meer middelen eist, maar in het openingscollege van professor Carl De Vos aan de UGent sprak Tom Van Grieken zich fel uit tegen een correcte toepassing van het financieringsdecreet om effectief meer middelen toe te kennen met het argument dat de universiteiten maar moeten besparen op zaken als genderstudies… (waarvoor het VB overigens een veel hoger inschrijvingsgeld eist).

Kortom, de voorstellen van het VB zijn qua sociale inhoud bijzonder beperkt zodra voorbij de slogans gekeken wordt. Bovendien gaat het telkens om maatregelen in het belang van de bazen en betaald door de gemeenschap. Het VB kan wel schermen met de transfers naar Franstaligen en migranten, maar uiteindelijk komt het ook op de kap van de Vlaamse werkende klasse terecht. Om te vermijden dat die werkende klasse opkomt voor haar rechten, zegt het VB dat de werkenden dezelfde belangen hebben als de werkgevers en dat er een sociale vrede moet opgelegd worden. Opkomen voor onze rechten en staken, doet het VB af als een “Franse en Waalse cultuur van straatprotesten en stakingen.” Behalve de vakbonden worden ook middenveldorganisaties geviseerd. In haar congrestekst stelt het VB expliciet voor om subsidies voor “woke organisaties zoals Kif Kif die onze Vlaamse cultuur en identiteit ondermijnen” af te schaffen, maar ook bijvoorbeeld voor wat het “absurde projecten” noemt zoals wandelapps. Als het VB bepaalt wie ‘woke’ is en gecanceld wordt, dan zal dit zowat het volledige middenveld omvatten.

Lagere belastingen voor bedrijven staan centraal

De sociale agenda van het VB valt erg mager uit, de cadeaus voor de werkgevers daarentegen zijn niet min. Centraal daarin staan voorstellen voor lastenverlagingen, desnoods voorgesteld als ‘sociale maatregelen’ die zowel werkgevers als werknemers ten goede komen. Een verlaging van de vennootschapsbelasting naar 20% is echter de maatregel waarvoor het meeste geld wordt uitgetrokken in de plannen van het VB. Het wordt niet becijferd in de tekst voor het sociaal-economisch congres, maar op basis van 11,2 miljard euro vennootschapsbelasting betaald door bedrijven met hun zetel in Vlaanderen in 2022, zou een daling van het tarief van 25% naar 20% toch al gemakkelijk 1,5 miljard euro kosten. Rond de inkomsten uit de vennootschapsbelasting maakt het VB overigens geen communautaire opdeling, wellicht omdat de Vlaamse inkomsten goed zijn voor een aandeel van 61% wat ongeveer overeenkomt met het aandeel in de bevolking.

Het VB richt zich bewust op ondernemers. Dat was ook de krant De Tijd niet ontgaan. In een artikel onder de titel ‘Sirenenzang van Vlaams Belang naar ondernemers klinkt almaar luider’ (30 september) laat het enkele kleine zelfstandigen en ondernemers aan het woord. De voorzitter van textielgroep Beaulieu: “Veel ondernemers hebben het gevoel dat Open VLD hen heeft verlaten en dat de N-VA haar dure beloftes niet waarmaakt, waardoor ze bij het Vlaams Belang uitkomen.” John Dejaeger, oud-CEO van BASF Antwerpen: “Als het Belgische immobilisme aanhoudt, mag het niet verbazen dat ondernemers extremer worden in hun standpunten. Dan is er geen andere optie.” Een kleine zelfstandige: “Nu het Vlaams Belang standpunten heeft over belastingdruk en loonlasten vind ik dat het een kans verdient.” De voorzitter van Beaulieu voegt er nog aan toe: “De meeste ondernemers zitten niet te wachten op een splitsing van het land en de bijbehorende instabiliteit. Maar men wil wel het signaal geven dat radicale verandering nodig is.”

Terwijl Van Grieken applaus kreeg op een VOKA-debat met alle partijvoorzitters, is er vanuit VB ook harde kritiek op VOKA. Niet omdat VOKA steeds slechtere arbeidsvoorwaarden en lonen voor ons wil, maar wel omdat het als antwoord voor de krapte op de arbeidsmarkt naar migratie kijkt en personeel uit Mexico en India wil aantrekken. Het VB wil de ondernemers ten dienste zijn, maar het racisme is altijd nog net iets belangrijker. Langs de andere kant is er onder leden van VOKA een toenadering tot het VB. De Tijd merkte op: “In alle discretie is Van Grieken met zijn economische programma bezig met een charmeoffensief naar ondernemers. Hij gaat geregeld langs bij serviceclubs, lokale afdelingen van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka of rondetafelgesprekken van kmo’s. Onlangs sprak hij bij de werkgeversorganisatie VKW Limburg.” Het VB richt zich op kleinere ondernemers en gebruikt daarbij een kritiek op de grote multinationals, onder meer omdat die hun “marktmacht misbruiken om miljarden subsidies en fiscale voordelen af te dwingen.” Op dit punt blijft het VB erg vaag, het wil de nieuwe vrienden onder (ex-)toplui van bedrijven als BASF en Beaulieu wellicht niet tegen de borst stoten.

Van neoliberalisme naar de derde weg, of gewoon de weg kwijt?

Waar het VB twintig jaar geleden uitdrukkelijk voor een hard neoliberaal model stond en op kunstmatige wijze de toenemende globalisering daarvan probeerde los te koppelen, is de grote nieuwigheid nu het pleidooi voor een nieuw Rijnlandmodel. Naar eigen zeggen staat extreemrechts voor een conservatieve synthese van een sociaal gecorrigeerde markteconomie, waarbij de markt centraal staat maar aan grenzen wordt onderworpen.

Het neoliberalisme wordt vooral omwille van de globalisering afgevallen. Het VB stelt het zelfs voor alsof het kapitalisme onder het neoliberalisme volledig beheerd wordt door internationale instellingen, waarbij de rol van de natiestaat wordt geminimaliseerd. Nochtans hebben zelfs multinationals een nationale verankering, zo erkent het VB dat energiebedrijf Engie Frans is en Alibaba Chinees.

Het klopt natuurlijk dat de neoliberale globalisering de afgelopen decennia dominant was en gepaard ging met een toenemende integratie van de wereldeconomie. Daar komt vandaag steeds meer verandering in, met de intrede van het tijdperk van wanorde waarin de botsing van belangen tussen de grote imperialistische machten een dominante factor wordt. Daarbij is er sprake van strategische deglobalisering en een grotere rol van de staat. Het VB lijkt daarop te willen inspelen, maar het wordt wel erg vreemd en bijzonder a-historisch als het dit doet onder de noemer van “Rijnlandmodel.”

Dat model was gebaseerd op de krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal na de Tweede Wereldoorlog. De dreiging van een sterke arbeidersbeweging aangevuld met het prestige van de Sovjet-Unie, maakten dat de burgerij wel tot sociale toegevingen verplicht was. Dit gebeurde bovendien in een periode van economische groei, waardoor de ruimte groter was. De ‘sociale correcties’ op de markt gebeurden niet vanuit een gemeenschapsgevoel, maar om de klassenstrijd af te kopen. Het VB verwijst vandaag naar dat “Rijnlandmodel”, zonder de positie van de arbeidersklasse nog maar in overweging te nemen. Bovendien doet het dit in een andere context, namelijk één van dreigende economische recessie van een kapitalisme dat langs alle kanten vastloopt. Het VB wijst er terecht op dat de neoliberale aanvallen op de welvaartstaat mee gestut werden door het verraad van de sociaaldemocratie. Maar waar staat het VB zelf en hoe zou het op enige wijze kunnen bijdragen aan een nieuw Rijnlandmodel? Het VB staat vijandig tegenover de georganiseerde arbeidersbeweging, terwijl het de dreiging van die kracht was die tot de sociale correcties leidde.

De neoliberale globalisering ging volgens het Vlaams Belang gepaard met cultureel marxisme, waarbij het financieel kapitalisme de reële economie in de afgrond duwt en het cultureel marxisme de ideologische basis vormt. Wat een nonsens! Marxisme staat voor een wetenschappelijke socialistische analyse van het kapitalisme ter versterking van de strijd voor een socialistische samenleving. Uiteraard heeft elke strijd ook culturele onderdelen en gevolgen en zeker revoluties zorgen voor grote culturele schokken en uitbarstingen van creativiteit. Het is echter bizar om de neoliberale eenheidsworst af te doen als ‘cultureel marxisme’. Moesten ze bij het VB ook maar enige notie van het marxisme hebben, dan zouden ze weten dat het niet de “te grote machtsconcentratie is die de markt misleidt”, maar dat het de markt is die tot die machtsconcentratie leidt. Het getuigt van een grote naïviteit als het VB stelt dat China de tweede wereldeconomie werd door “oneerlijke praktijken” zoals het “overspoelen van onze markten met dumpingpraktijken.” Het is nochtans een gewone marktwerking.

Net zoals het gewone marktwerking is om dienstverlening af te bouwen. Het VB schrijft: “De elites verwaarlozen de voorsteden en het platteland. De jobs in de maakindustrie verdwijnen er door de delokalisatie van bedrijven. De openbare dienstverlening, zoals openbaar vervoer, banken of post wordt er stelselmatig afgebouwd.” Het is nieuw dat banken ‘openbaar’ zouden zijn en ook Bpost is grotendeels in private handen. Los daarvan is de vaststelling van het verdwijnen van dienstverlening correct. Alleen is dit toe te schrijven aan de marktwerking die door het VB niet in vraag gesteld wordt.

Het VB wil het kapitalisme ‘eerlijker’ maken zonder aan de markt te raken. Het wil een gecorrigeerde markteconomie en geen staatseconomie. Op het congres klonk het dat de overheid een “krachtig geoliede machine op een strikt financieel dieet” moet zijn, waarbij gesnoeid wordt in overbodige taken en “overtollige ambtenaren.” Toch zou diezelfde overheid een greep moeten krijgen op strategische sectoren zoals de maakindustrie, energie, landbouw, zorg, technologie, banken en infrastructuur. Het denkt daarbij aan overheidsparticipaties, die evenwel niet meer dan 20-25% bedragen. Er wordt ook gedacht aan een energiecoöperatieve om de controle over energie niet in Franse handen te laten. Zelfs met een overheidsparticipatie blijven energiebedrijven en grote banken functioneren volgens de marktregels waarin enkel de winsten tellen en niet de dienstverlening aan de bevolking. Die kloof kan niet gedicht worden met woorden. Ofwel worden strategische sectoren in publieke handen genomen zodat de gemeenschap er democratische controle over heeft, ofwel gelden de regels van de winstmaximalisatie en komt er onvermijdelijk een “machtsconcentratie” die gepaard gaat met “oneerlijke praktijken” en schaalvergroting.

Kijk naar mijn woorden, niet mijn daden…

Een opmerkelijk aspect van het sociaal-economisch congres van het Vlaams Belang was de prominente rol die gespeeld werd door ex-liberalen en/of voormalige ondernemers. Er is een sterk element van ‘kijk naar mijn woorden, niet mijn daden’.

Eén van de congresvoorzitters was voormalig VLD-parlementslid en voormalig LDD’er Lode Vereeck. Hij werd door het VB binnengehaald nadat hij in 2019 door de Universiteit Hasselt was ontslagen wegens ongepaste relaties met studentes. De ‘gezinspartij’ stelde Vereeck daarop aan als lid van de raad van bestuur van de Universiteit Hasselt en hij ging aan de slag als medewerker van de partij in het Europees Parlement. Daar werkt hij onder meer samen met Brieuc Suys, die als ‘strijder’ van Schild & Vrienden onder meer volgend inzicht liet optekenen: “We eisen als samenleving niet veel van vrouwen: een goede moeder zijn en zichzelf verzorgen, er goed uit zien. Mannen worden terecht hogere standaarden opgelegd, enkel zo gaan we vooruit.”

De andere congresvoorzitter was Tom Vandendriessche. Die heeft een lange geschiedenis bij extreemrechts. Reeds als scholier was hij betrokken bij gewelddadige incidenten in Brugge. Aan de universiteit in Gent zette hij dat verder en kneedde hij de afdeling van KVHV-Gent om tot de club die onder meer Schild & Vrienden zou voortbrengen en pleitte voor een drastische verhoging van het inschrijvingsgeld om de toegang tot de universiteiten te beperken tot de elite. Hij introduceerde de elitaire looks en de gewoonte om de champagne rijkelijk te laten vloeien. Na zijn studies werd Vandendriessche “management trainee” bij Katoen Natie gevolgd door verschillende jobs als analist en auditor. Tussen 2014 en 2016 had hij zijn eigen bedrijfje in de energiesector, dat hij uiteindelijk verkocht aan Engie. Je weet wel, die Franse multinational waarvan het VB vandaag niet wil dat het onze energiesector domineert. In de congrestekst vandaag schrijft het VB: “Frankrijk slaagde er veel beter in om de energiefactuur van haar burgers (en dus de inflatie) onder controle te krijgen. Hadden wij ook een eigen energiesector gehad, dan waren wij er met minder kleerscheuren doorgekomen. Maar laat toenmalig premier Guy Verhofstadt nu net onze energiesector verkocht hebben aan … de Fransen.” Wat Europees Parlementslid Verhofstadt op niveau van de overheid deed, kopieerde zijn collega Vandendriessche op microniveau met zijn eigen bedrijf.

Eén van de prominente sprekers op het congres was Kamerlid Wouter Vermeersch, net als Vereeck een ex-liberaal uit LDD-kringen. Die was voorheen actief als ondernemer die goedkope zonnepanelen uit China importeerde, je weet wel: dat land dat door oneerlijke dumpingpraktijken de Vlaamse markt verstoort. De Tijd merkte op: “De vervelling van vrijemarktfetisjisten als Vereeck en Vermeersch tot economische nationalisten ziet Vlaams Belang parallel lopen met de wereldwijde tendens naar deglobalisering en de voorrang van geostrategische op economische belangen.” Nog iets over die zonnepanelen: vandaag vindt het VB dat die energietransitie “allemaal goed en wel” is, maar “te snel” gaat. In de congrestekst voegt het daaraan toe: “Bovendien zijn de productie van zonnepanelen en de inplanting van windmolens erg belastend voor het milieu. Het zijn ook ongeziene subsidieslurpers (30 miljard euro op vijftien jaar tijd).”

Conclusies

De wijze waarop het Vlaams Belang naar buiten treedt rond sociaal-economische thema’s is veranderd. Het speelt in op sociaal ongenoegen en op de vele tekorten, waarbij het zich voordoet als voorstander van sociale antwoorden en verzet tegen de ‘elites’. Zo stelt het VB: “Vandaag loopt de sociale tweedeling niet meer tussen arbeiders en kapitalisten, maar tussen de internationale elites en de nationale bevolking. Deze elite, vaak opgeleid aan peperdure business schools, heeft een wereldbeeld dat compleet los staat van enige nationale of culturele context.”

Ook op dit vlak is de hypocrisie compleet. Om zich op bestuursdeelname voor te bereiden, stuurde het VB een groep mandatarissen en medewerkers naar de Vlerick Business School en Antwerp Management School. Van die laatste haalde het zelfs een docent binnen als nieuw partijlid in Zoersel. Elitaire studentenclubs zoals het KVHV kijken uitdrukkelijk naar het Vlaams Belang en waren de afgelopen jaren een grotere kweekvijver voor die partij dan de NSV.

Het sociale imago is een dun laagje vernis dat enkel electorale doeleinden heeft. Met het asociale beleid van de andere partijen zal deze verf pakken. Dit kan het VB richting 30% stuwen, extreemrechts heeft het momentum mee en moet niet veel doen om te scoren. Dit succes zal ongetwijfeld leiden tot een toename van incidenten op basis van racisme, seksisme en LGBTQIA+fobie. Na de vooruitgang van het VB in de verkiezingen van 2019 zagen we dit al. De sociale ellende wordt gebruikt om haat en verdeeldheid onder de werkenden en hun gezinnen te versterken.

Voor antifascisten is het cruciaal dat het sociale imago van extreemrechts doorprikt en beantwoord wordt. Dit wordt het best gekoppeld aan acties rond de sociale eisen van de arbeidersbeweging. Strijd voor die eisen zijn het beste antwoord op zowel het asociale beleid als de hypocriete leugens van het Vals Belang. Tegelijk moeten we met antifascistische acties klaar en duidelijk zeggen dat VB een Vals Belang is.

De actie in Aalst op 24 september tijdens het sociaal-economische congres van het VB enkele kilometers verderop in Affligem was een belangrijk voorbeeld dat de toon zet voor verder protest. Het ging om actief protest met eisen voor het behoud van de index, massale publieke investeringen, een minimumloon van 17 euro per uur, verdediging van het recht op syndicale actie of nog het laten betalen van de miljardairs. Dat zijn eisen waarmee we niet enkel de hypocrisie van het Vals Belang doorprikken, maar ook aangeven hoe verandering in het belang van de werkende klasse kan worden bekomen.  

De groei van extreemrechts is een wereldwijd fenomeen. Het uit zich niet overal ter wereld op dezelfde manier, maar het is geworteld in de meervoudige crises van het kapitalisme. Extreemrechts is de giftige schimmel op een systeem dat tot op het bot rot is. De middelen bestaan om ervoor te zorgen dat niemand aan de kant blijft staan, en door ons te verenigen in de strijd om die middelen in handen te nemen, kunnen we ervoor zorgen dat de woede niet op een contraproductieve wijze geuit wordt. Voor een sociaal alternatief voor asociaal beleid: laten we de rijkdom verdelen, niet de werkenden en hun gezinnen! Om deze rijkdom te herverdelen moet de arbeidersklasse ze controleren en bezitten. Dat betekent het kapitalisme omverwerpen om te bouwen aan een maatschappij die vrij is van onderdrukking en uitbuiting, een socialistische maatschappij.